aandelenopties / warrants

Een werkgever kan aan individuele werknemers aankoopopties toekennen die hen het recht geven om gedurende een vooraf bepaalde termijn aandelen te kopen tegen een vooraf bepaalde prijs (= de optieprijs). Volgens de fiscus, mag de totale waarde niet meer zijn dan 20% van de totale individuele brutoloonmassa van de betrokken werknemer.

Als het reeds bestaande aandelen zijn, spreekt men over ‘aandelenopties’.
Als het over nieuwe aandelen gaat, spreekt men over ‘warrants‘.

Als de waarde van het aandeel stijgt tussen de datum van de toekenning van de aandelenoptie en de datum van het lichten van deze optie, dan creëert dit een meerwaarde voor de werknemer in de verkoop van de aandelen.

sociale en fiscale implicaties

Standaard zijn er geen RSZ-bijdragen verschuldigt, behalve als men afwijkt van de standaardopstelling om meer winstzekerheid voor de betrokken aandelen te creëren.

Fiscaal gezien is dit een belastbaar voordeel. Het VAA wordt forfaitair bepaald op 18% van de aandelenwaarde op het moment van de toekenning van de optie (bij niet-beursgenoteerde aandelen). Als de looptijd +5 jaar is, komt er +1% bij per jaar. In bepaalde gevallen is het mogelijk om de 18% en de +1% te verlagen naar respectievelijk 9% en + 0.5%.

Als de werknemer het aanbod van de werkgever heeft aanvaard ten laatste op de 60ste dag na de toekenning, dan wordt het VAA geacht te zijn ontstaan op de 60ste dag. Deze aanvaarding moet wel schriftelijk gebeuren, anders wordt de werknemer geacht het aanbod te hebben geweigerd. Op het moment dat echter de meerwaarde wordt gerealiseerd, is die niet meer belastbaar. De aandelenopties die pas aanvaard worden na 60 dagen na het aanbod, zijn op dat moment dan weer niet belastbaar als VAA, die zullen pas belast worden op het moment van de uitoefening van het recht.